Een
bird strike (vogelbotsing) is een ongeluk waarbij een voertuig een vogel raakt. In de meeste gevallen is dit voertuig een
vliegtuig, maar ook andere voertuigen zijn mogelijk, vooral wanneer deze zich op hoge snelheid voortbewegen.
Oorzaken
Vogelbotsingen gebeuren meestal op lage hoogte, zo gebeuren 79% van alle vogelbotsingen op een
vliegveld en nog eens 11% in de buurt daarvan. Van grote invloed hierbij is de vegetatie rond het vliegveld, dit is namelijk de reden dat de vogels hier verblijven. Normaliter zal een vogel een botsing proberen te vermijden, maar bij de hoge snelheden van vliegtuigen is dit soms niet mogelijk. Statistisch gezien gebeuren de meeste vogelbotsingen in Europa (42%) en Noord-Amerika (32%) en zijn de motoren (33%), cockpitschermen (29%) en vleugels (10%) de onderdelen die het vaakst geraakt worden. Volgens een onderzoek uit 1976 gebeuren de meeste botsingen met meeuwen hoewel dit per land sterk kan verschillen, in India gebeurden tijdens de onderzoeksperiode bijvoorbeeld 86% van de ongelukken met sperwerachtigen. Ook is de kans op botsingen in kustgebieden groter dan in het binnenland.
De schade na een botsing tussen een F-16 en een grauwe gans lijkt mee te vallen omdat het materiaal waar de neus van het toestel van gemaakt is terugveert.
Gevolgen
Hoewel het gewicht van een vogel bijna insignificant is tegenover dat van een vliegtuig, veroorzaken vogelbotsingen toch veel schade. De hiernaast afgebeelde neus van een
F-16 werd bijvoorbeeld geraakt door een grauwe gans. Tijdens deze botsing raakte de radar van het toestel zodanig beschadigd dat de piloot een visuele landing moest uitvoeren.
In de commerci?le luchtvaart zijn de gevolgen vaak nog groter. Zo mat het
ICAO tussen 1995 en 2004 95.000 botsingen met in totaal 130 doden. Ook wanneer een ongeluk goed afloopt kunnen de materi?le gevolgen groot zijn. Zo kostte de reparatie van een Concorde na een vogelbotsing in 1995 $9 miljoen en moest in augustus 2000 een Boeing 747 83.000 kg brandstof dumpen alvorens terug te keren naar het vliegveld.
Maatregelen
Door met radar niet alleen de vliegtuigen te volgen, maar ook de vogels, kan geanalyseerd worden hoe groot de kans is op een botsing. In Nederland wordt op basis van deze gegevens bepaald of er op een dag al dan niet gevlogen wordt. TNO heeft daartoe een systeem ontwikkeld genaand ROBIN, dat de bestaande radargegevens geschikt maakt voor het bepalen van de aanwezigheid van vogels.
Nederland en Isra?l zijn de landen met expertise op het gebied van dit soort kennissystemen. In de Verenigde Staten, toch het land met de meeste militaire vliegtuigen, wordt de schade voortkomend uit een botsing met vogels als een ingecalculeerd risico gezien.
Ook worden op veel vliegvelden maatregelen getroffen om vogelbotsingen te voorkomen. Er wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan de omgeving van het vliegveld door plantensoorten te gebruiken waar vogels niet van houden en oppervlaktewater waar vogels op af kunnen komen om te drinken worden verwijderd. Als dit niet helpt worden technieken ingezet om de vogels weg te jagen zoals de inzet van getrainde roofvogels.