Al vroeg in de geschiedenis van de burgerluchtvaart vonden reizigers de mogelijkheden van lijndiensten te beperkt. De dienstregeling dwong hen tot vaste tijdstippen voor vertrek en aankomst en lang niet altijd vlogen luchtvaartmaatschappijen naar bestemmingen waar zij heen wilden. Ook groeide er vraag naar luchtvervoer vanuit kleinere plaatsen naar de vliegvelden met internationale verbindingen. Het antwoord. Op deze behoefte aan grotere flexibiliteit was de "luchttaxi". Fokker heeft voor deze taak al vroeg vliegtuigen geleverd in de vorm van de C.II.
De C.II was ontwikkeld uit het C.I verkenningsvliegtuig, dat eerder te boek stond als V.38. De letter C was de Duitse aanduiding voor een bewapende, twee zitplaatsen tellende tweedekker. In feite was de C.I een vergrote D.VII, de beroemde jager uit de Eerste Wereldoorlog. Het Duitse leger plaatste bestellingen, maar voordat de vliegtuigen konden worden ingezet, was de wapenstilstand een feit. 118 toestellen werden met nog zo'n 130 andere vliegtuigen, 400 motoren en materialen per trein naar Nederland overgebracht.
Fokker startte begin 1920 met de ontwikkeling van de luchttaxi variant. De typeaanduiding C.II doet wat curieus aan, omdat de machine moeilijk meer als verkenner kon worden aangemerkt. De plaats van de waarnemer in de C.I achter de vlieger, werd bij de C.II meestal vervangen door een gesloten cabine voor twee passagiers. De romp werd iets verlengd en ook was de spanwijdte groter. De C.II was verder geconstrueerd volgens de karakteristieke Fokkerbouw van autogeen gelaste staalbuis rompconstructie. Er waren geen draden voor uitwendige vleugelverspanning. De beide vleugels werden eenvoudig verbonden door een paar stijlen van naadloze stroomlijnbuis.
Het vleugelprofiel was vrij dik, maar desondanks bereikte de C.II een behoorlijke snelheid. Het vliegtuig was voorzien van een 185 pk BMW motor, al zijn er later C.II's uitgerust met de Siddeley Puma van 230 pk. De C.II bleek behalve als luchttaxi ook uitstekend bruikbaar voor luchtfotografie. Er zijn tenminste 12 C.II's gebouwd en dat betrof allemaal omgebouwde militaire C.I verkenners.
ELTA
Overigens heeft Fokker reeds in het najaar van 1919 twee aangepaste C.I's gebruikt voor rondvluchten met passagiers tijdens de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam (ELTA), die op 1 augustus 1919 begon op een terrein in Amsterdam. Dit zes weken durende evenement was georganiseerd op initiatief van Albert Plesman en diens collega-luitenant M.L.J. Hofstee. Menige bezoeker onderging toen in deze C.I's zijn luchtdoop.
In een verslag over de ELTA omschreef het luchtvaartblad "Het Vliegveld" de C.I in 1919 als "een verkenner met een klein Amerikaans kapje over de zitplaats van de passagiers".
Het Vliegveld deed toen nogal kritisch over de positie van de brandstoftank, die net als later bij de definitieve C.II, in het onderstel was aangebracht: "Sommigen duiden deze constructie aan als brandvrij, althans beweert men, dat bij een carburatorbrand de grote ontvlambare massa zich op een veilige afstand bevindt. Hiertegen staat het gevaar, dat bij een slechte landing het vliegtuig eerder zal vlam vatten. Hoe het ook zij, het is best mogelijk dat men het zwaartepunt heeft willen verlagen. De vele honderden passagiersvluchten op Fokkers, gedurende de tentoonstelling volbracht, bewijzen in ieder geval dat de constructie in de praktijk blijkt te voldoen en daar gaat het tenslotte om."
KLM
Tot de gebruikers van de C.II behoorde de KLM, die aanvankelijk plannen had om met twee van deze luchttaxi's te gaan vliegen. Dit voornemen is echter nooit uitgevoerd. De maatschappij kocht uiteindelijk ??n C.II, die zij inzette als camera vliegtuig. Dit toestel had in tegenstelling tot alle andere C.II's een open cabine. 'De Fototechnische Dienst van de KLM (tegenwoordig KLM Aerocarto), die in de vooroorlogse jaren met haar luchtfotografie een grote reputatie opbouwde, was zeer tevreden over deze C.II. De machine werd in 1933 van de hand gedaan.Andere C.II's zijn verkocht naar Zuid Amerika, Canada en de Verenigde Staten. De "Flugsport" van 28 september 1921 maakt melding van de aankomst van twee C.II's in Colombia, waar een priester ze inzegende voor de ogen van "een buitengewoon grote menigte". De door de fabriek meegestuurde invlieger Rother voerde enkele vluchten met passagiers uit onder donderende ovaties van het publiek. De luchtvaartmaatschappij LIADCA had de toestellen gekocht voor binnenlandse vluchten. Met de klinkende namen "Cali" en "Medellin" hebben ze beide maar korte tijd gevlogen, totdat ze verongelukten.
Bij een in Canada gebruikte C.II kon het onderstel vervangen worden door ski's. Ook hier werd Fokkers luchttaxi voor luchtfotografie gebruikt en wel door Brook and Weymouth in Montreal. Deze firma fotografeerde in opdracht van de spoorwegmaatschappij Canadian National met het doel gebieden in kaart te brengen, waar nieuwe spoorlijnen gepland waren. In de Verenigde Staten tenslotte vloog onder andere de Fairchild Aerial Camera Corporation met een C.II van waaruit duizenden foto's werden gemaakt boven New York ten behoeve van een plattegrond van deze wereldstad.