1x Rolls Royce Kestrel van 580 pk (C.Vd RR) of1x Hispano Suiza 12 Md van 450 pk (C.Vd HS) of1x Hispano Suize 52-12i van 350 pk (C.IV) of1x Amstrong Siddely Jaguar I van 385 pk (C.IV)
Bewapening
1 of 2 7.9 mm mitrailleurs naar voren vurend,1 7.9 mm mitrailleur op ring voor de waarnemer,16 25 kg bommen of 8 50 kg bommen
Productie
33x C.IV en 38x C.V voor de LVA
Een oude en vertrouwde machine was de Fokker C.V, die al een lange historie achter de rug had binnen de luchtvaartafdeling. Tijdens de meidagen van 1940 waren er nog 44 in dienst van dit meest talrijke door de LVA bestelde toestel. De historie van de C.V begon al in de eerste helft van de jaren twintig. Zoals met veel toestellen was de aanzet tot de ontwikkeling interesse van de Nederlands Indische Luchtvaartafdeling.
Deze zocht een snel en wendbaar tweepersoons jachtvliegtuig dat naast de Fokker C.IV moest dienen. Dit leidde tot de ontwikkeling van de DC.I. Dit toestel was feitelijk niets meer dan een C.IV met een verkorte spanwijdte maar was een toestel met een indrukwekkend klimvermogen en de algehele indruk deed niet veel onder dan die van een eenpersoonsjachtvliegtuig. De prestaties van de DC.I riepen ook de aandacht van de Nederlandse Luchtvaartafdeling, die ook op zoek was naar een geschikt jachtvliegtuig. Hoewel eerst gedacht werd aan een eenzitter, werd een competitie uitgeschreven waaraan Fokker en Koolhoven deelnamen.
De C.IV werd vergeleken met de FK-31, een hoogdekker met een experimentele opstelling van een stermotor. Deze vluchten vonden plaats op 29 februari 1929, hierbij bleek de Fokker veruit de meerdere van de Koolhoven.
Fokker stelde voor de C.IV uit te rusten met een krachtere Hispano Suiza V-12 motor, waarvan hij verwachtte dat het toestel daarmee sterk verbeterd kon worden.
Deze verwachtingen werden beloond na een tweede demonstratie op 1 december 1924 waarbij opnieuw de ongelukkige (maar wel verbeterde) Koolhoven FK-31 verslagen werd. De prima indruk die de C.V maakte leidde tot een eerste bestelling voor 19 toestellen die, uitgerust met een Hispano Suiza 52Jb motor van 465 pk, dienst zouden doen als verkenningsvliegtuig. Deze toestellen weken sterk af van het eerste prototype, de romp was verfijnd en de voornaamste verbetering betrof de ontwikkeling van een set vleugels volgens het anderhalf dekker principe. Hierin bevonden zich ook de brandstof tanks. De vleugels waren sterk taps uitgevoerd waardoor een uitmuntende wendbaarheid werd verkregen. De toestellen werden geleverd tussen oktober en december van 1925. Het toestel kreeg de type-aanduiding C.VI. Er werd een aantal vervolgorders geplaatst, namelijk:
11 november 1925
7 stuks C.VI en 16 stuks C.Vd plus twee reserverompen. De C.VI'en waren identiek aan de eerder bestelde toestellen, de C.Vd's hadden krachtigere Hispano Suiza 51Hb motoren en zouden als tweepersoons jagers dienst doen. Alle toestellen werden in 1926 geleverd.
10 december 1926
5 stuks C.Vd en 10 stuks C.Vd. Hiervan kregen twee van de C.V'en bij wijze van proef een 385 pk sterke Armstrong Siddeley Jaguar motoren. Een aanvullende bestelling voor twee paar vleugels kon worden gebruikt voor de bouw van nog eens twee toestellen met Jaguar motoren. De gehele bestelling werd geleverd in 1927 en 1928, de eigen gebouwde toestellen waren in 1929 af.
December 1931
5 stuks C.Vd plus zes reserverompen. Deze toestellen waren sterk verbeterd en uitgerust met Hispano Suiza 57Mb motoren van 570 pk.
In een betrekkelijk korte periode had men een aanzienlijke hoeveelheid toestellen verworven die in een groot aantal taken uitstekend voldeed. Het toestel was gemakkelijk te vliegen, had geen valse eigenschappen zoals onverwachte overtrek ("stall") neigingen en was bovendien uiterst wendbaar en was een acceptabele klimmer. Een totaal van 64 toestellen vormde lange tijd de ruggegraat van de LVA.
De toestellen werden gebruikt voor een veelheid aan taken; verkenning, artilleriewaarneming, verbindingsdienst, jachtvliegdienst, cartografie en licht bombardement. Gedurende de eerste jaren van gebruik gingen negen toestellen verloren door een verscheidenheid aan ongevallen. Omdat de voornaamste oorzaken het stugge landingsgestel en de versleten rakende motoren betrof, begon men te overwegen om het toestel te moderniseren. Er ging een lange periode aan vooraf voordat een aantal wijzigingen werd bepaald;
De onbetrouwbaar geworden Hispano Suiza motoren werden vervangen door de krachtigere Rolls Royce Kestrel motoren waarvan een grote hoeveelheid werd besteld. Daarnaast werd een nieuw Messier landingsgestel aangekocht. Verdere verbeteringen waren voornamelijk intern terug te vinden. De vleugeltanks werden vervangen door een grote romptank en het gehele cockpitinstrumentarium werd vervangen en bovendien uitgebreid. Ook werden veiligheidsvoorzieningen aangebracht zoals verbeterde brandschotten en navigatieverlichting.
Zo werden vanaf 1933 in totaal 50 toestellen gemoderniseerd, grotendeels door de Technische Dienst van de LVA zelf. De vijf toestellen met de Hispano Suiza 57Mb motoren bleven ongewijzigd, daarnaast werd nog eenmaal een serie van vijf toestellen aangeschaft, uitgerust met de Rolls Royce Kestrel motoren.
Organisatorisch deden de toestellen dienst in de vier verkenningsgroepen van de Luchtvaartafdeling. Deze groepen hadden tot taak om samen te werken met verschillende legereenheden te velde. Ook werden zij voor andere taken gebruikt, zoals opleiding van vliegers, radioproeven en schijfslepen.
Aan de vooravond van de Duitse aanval waren de vier verkenningsgroepen als volgt ingedeeld:
I verk.gr. met vijf C.V, vier FK-51 en twee C.X te Vliegpark 't Gooi nabij Hilversum
II verk. gr. met zes C.V en zes FK-51 te vliegpark Ypenburg
III verk. gr met tien C.V en vier FK-51 te vliegpark Ruigenhoek nabij Noordwijkerhout
IV verk. gr. met acht C.V en vijf FK-51 te vliegpark Gilze-Rijen, later aangevuld met vier C.V afkomstig van de vliegschool Haamstede
Daarnaast waren verschillende toestellen elders ingedeeld. Zo waren tien stuks bij de vliegschool te Haamstede, ??n was ingedeeld bij de StraVa te Bergen, ??n bij de BomVa te Schiphol en drie waren in groot onderhoud bij het LVB.