Het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 wierp lang tevoren schaduwen vooruit. Insiders was het vele maanden eerder duidelijk, dat de Duitsers deze Krieg niet lang meer konden volhouden. Tot die insiders behoorde Anthony Fokker, wiens fabriek in Schwerin een van de belangrijkste vliegtuigleveranciers was van het Duitse leger.
Daardoor had hij contacten in hoge kringen van het militaire apparaat, waar het naderende einde van de oorlog meer dan eens onderwerp van gesprek moet zijn geweest. Ook in de burgermaatschappij zag men de vrede naderen en begon men aan de toekomst te denken. Al in 1917 richtten ondernemende lieden met vooruitziende blik de Deutsche Luft Reederei GmbH op met het doel na afloop van de oorlog passagiers en vracht te gaan vervoeren. Deze ontwikkelingen en de overtuiging dat het niet bij die ene luchtvaartmaatschappij zou blijven, inspireerden Fokker tot gedachtewisselingen met zijn hoofdconstructeur Reinhold Platz over het ontwerp van een vliegtuig voor het vervoer van passagiers; een soort vliegtuig waarvoor nauwelijks een woord bestond. Platz zei hierover later: "Duitsland stond op instorten, Fokkers dagen in dit land waren geteld, maar hij voorzag de mogelijkheden van commerci?le luchtvaart."
Ontwikkelingen
Zo begon de bouw van de V.44 (V = Versuchsmachine = prototype), die ontwikkeld werd uit de V.29 en V.43. De V.43 was een parasol eendekker trainingsvliegtuig met de zitplaatsen voor leerling en instructeur naast elkaar, terwijl de V.29 een vergrote uitvoering was van de D.VIII eendekkerjager.
De hieruit ontstane V.44 was een parasoldekker, die plaats bood aan een vlieger met naast zich een passagier of "mecanicien" en daarachter twee "rijen" van twee passagiers. Aan het ontwerp was duidelijk te zien dat Platz moeite had zich in te leven in de eisen van het toekomstige luchtverkeer. Hij dacht nog geheel volgens de lijnen van het militaire vliegtuig. Dat bleek allereerst uit zijn visie op de positie van de vlieger. Voor diens hoofd ontwierp hij het vertrouwde gat bovenin de romp, voorzien van een minimaal windscherm. Nu was dat voor militaire vliegers, die meestal niet ouder waren dan 25 jaar, niet zo'n bezwaar. Maar bij de V.44 zaten ??k de passagiers met hun hoofd in de buitenlucht. En bij het instappen wilde Platz hen over de cockpitrand laten klauteren, net als bij een jager. Hoe Platz zich dat voorstelde bij oudere passagiers of dames, gekleed in de mode van die tijd, is niet bekend. Fokkers chefconstructeur werd echter op een onverwachte manier terechtgewezen.
Facklam
In het toenmalige Schwerin woonde een zekere Facklam, die zijn brood verdiende met het 's avonds laat ophalen van dronken caf?bezoekers, die niet meer in staat waren op eigen kracht thuis te komen. Daartoe maakte hij gebruik van een janplezier, die werd voortgetrokken door twee paarden. Wellicht ge?nspireerd door het gedragspatroon van zijn geachte client?le besteedde Herr Facklam spoedig ook zelf een aanzienlijk percentage van zijn inkomsten aan drank, zodat het bereiken van de juiste adressen vaak meer te danken was aan het instinct van de paarden dan aan zijn eigen initiatief.
Geen wonder dat Facklam in Schwerin een zekere reputatie genoot. Toen Platz op een morgen de fabriek binnenstapte, zag hij dat zijn medewerkers de goeddeels voltooide V.44 voorzien hadden van het opschrift "Koets van Facklam". Hoe Platz hier toen op reageerde is niet bekend, maar hij vertelde er later met plezier over. 'Sie hatten recht', zei hij. Ze hadden gelijk. Hij stopte daarom meteen de afbouw van de V.44. Er waren toen al enkele voorbeelden van hoe het anders kon. in' Engeland was Koolhoven met zijn FK 26 in de publiciteit geweest en Professor Junkers had de F.13 uitgebracht. Deze toestellen waren voorzien van een gesloten cabine, waarin de luchtreiziger een zekere mate van comfort genoot. Zelfs de meeste tot verkeersvliegtuig omgebouwde oorlogsvliegtuigen zouden voorzien worden van een gesloten passagierscabine. Platz keerde daarom achter zijn tekentafel terug en ontwierp de V.45, die later als F.II in productie ging. De V.44 zelf, achteraf ook wel aangeduid als F.I, heeft dus nooit gevlogen. Er zijn voor zover bekend geen foto's of tekeningen van bewaard gebleven. Zoiets prikkelt natuurlijk de nieuwsgierigheid en toen Platz medio 1940 daarover eens. om informatie werd gevraagd, gaf hij zoveel gegevens, dat het mogelijk was een schets te maken, Dat is nog eens 25 jaar later gebeurd door de Fokker medewerkers Beeling en Somberg, toen zij hun herinneringen aan dit gesprek nog eens ophaalden.
Type-aanduidingen
Hoe kwam men nu aan de typeaanduiding F.I en voor de latere Fokker verkeersvliegtuigen aan F.II, F.III enz.? Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de F de afkorting is van Fokker en het daaropvolgende nummer simpelweg een volgnummer is, Dat laatste is inderdaad juist, maar voor de letter F geldt een andere verklaring. De tot dan toe gebouwde militaire vliegtuigen kregen volgens de geldende militaire voorschriften als typeaanduiding een letter en een Romeins cijfer, bv. D.V, D.VI, D.VII en E.I, E.II, E.III enz., waarbij de D-typen Doppeldecker, ofwel tweedekkers waren en de E-typen Eindecker, Toen in 1917 de eerste driedekker verscheen was de letter F aan de beurt. Dr.I werd toen de F.I. Dat klonk niet logisch en F.I werd daarom spoedig veranderd in Dr.I (Dreidecker). Daarmee kwam de F-serie weer beschikbaar voor Fokkers nieuwe serie ontwerpen, de verkeersvliegtuigen. Dat die F ook de eerste letter was van Anthony Fokkers achternaam was hem, publiciteitsbewust als hij was, niet onwelgevallig.