Omstreeks 1970 vatte men bij de Australische luchtvaartmaatschappij Ansett het plan op om een oude Fokker Universal te kopen, te restaureren en ten toon te stellen als herinnering aan de Fokker Universal, waarmee Ansett op 17 februari 1936 het vliegbedrijf was begonnen. Die eerste Universal (VH-UTO) bestond namelijk niet meer sinds een hangarbrand op Essendon Airport op 28 februari 1939.Enig speurwerk bracht aan het licht, dat er in Oostenrijk nog een exemplaar moest bestaan. En inderdaad trof men daar een onherkenbare verzameling onderdelen aan, die ooit een "Universal" was geweest. Pas bij verder onderzoek bleek, dat de machine eigenlijk niet was wat Ansett zocht. De geschiedenis van deze maatschappij was in 1936 begonnen met een Universal, die gebouwd was bij de Amerikaanse Fokkerfabriek, en het toestel in Oostenrijk bleek een in Nederland gefabriceerde Fokker F.XI te zijn, die ook "Universal" heette, maar in feite een heel ander ontwerp was. Er is meer verwarring over de F.XI. Ir. M. Beeling schreef in zijn memoires: "Hoe de F.XI tot stand is gekomen is mij altijd een raadsel gebleven." Wat Beeling vooral intrigeerde was de vraag waarom dit ontwerp uit 1928 bijna zoiets was als een stap terug. Naar het oordeel van Beeling was de F.XI nauwelijks meer dan een wat gemoderniseerde F.II, die ook vier of vijf passagiers vervoerde in een romp van exact dezelfde breedte. Tot de andere overeenkomsten behoorden de vleugelstijlen, in een tijd dat Fokker vrijwel uitsluitend vliegtuigen bouwde met vrijdragende vleugels, en een motorvermogen van 240 pk. Natuurlijk waren er ook verschillen. De ontwikkeling van de techniek had immers niet stil gestaan. De F.XI had een luchtgekoelde motor, een breder onderstel dan de F.II, dubbele besturing, een gesloten cockpit, een in de lucht verstelbaar stabilo en een op de grond verstelbaar kielvlak, alsmede een hogere cabine. Verder haalde de F.XI dankzij een betere stroomlijn een hogere kruissnelheid: 165 km/uur tegen de 120 km/uur van de F.II.
Behoeften
De F.XI was vooral bedoeld om te voorzien in de behoeften van beginnende luchtvaartmaatschappijen en om dienst te doen op betrekkelijk korte en/of minder drukke luchtlijnen, die op de grote lijnen aansloten. Voor deze taken worden tegenwoordig regionale verkeersvliegtuigen (commuter airliners) ingezet. De Fokkerfabrieken in de Verenigde Staten leverden toen reeds de vergelijkbare Universal (Model 4) en waarschijnlijk kreeg de F.XI dezelfde naam als zijn succesvolle Amerikaanse tegenhanger om van diens naamsbekendheid te profiteren. Verwarring, zoals in het geval van Ansett, kon niet uitblijven. Het was destijds echter niet goed mogelijk de Amerikaanse Universal in Nederland te bouwen vanwege de verschillen in luchtwaardigheidsvoorschriften in beide landen. Dergelijke verschillen bestaan ook tegenwoordig nog. Hoewel de F.XI niet kon gelden als een technologisch hoogstandje, was men er bij Fokker zelf zeer tevreden over. Het Fokker Bulletin van februari 1929 schreef naar aanleiding van het invliegen aan het eind van de voorafgaande maand: "De proefvluchten hebben bewezen, dat de nieuwe Fokker Universal een waardige aanvulling der Fokkerserie is en dat het toestel over zeer goede vliegeigenschappen beschikt. Op ??n der vluchten werden zelfs verschillende loopings en andere stunts uitgevoerd, die de gemakkelijke bestuurbaarheid en vaste ligging in de lucht op duidelijke wijze demonstreerden." De F.XI bleek in de volgende jaren inderdaad een prima toestel met uitstekende vliegeigenschappen. De behoefte aan een dergelijk vliegtuigtype viel echter nogal tegen. Er werden slechts drie exemplaren gebouwd. Het prototype werd, voorzien van een Lorraine 7A motor, afgeleverd aan de Zwitserse maatschappij Alpar. Verder verkocht Fokker twee toestellen in een zwaardere uitvoering met Jupiter VI motor aan de Hongaarse Malert. Het is onduidelijk hoe het dit tweetal verder is vergaan. Van ??n is alleen bekend, dat het al binnen korte tijd werd afgeschreven. De geschiedenis van de Alpar-machine is wel bekend.
Alpar
De eerste F.XI bleef bij Alpar in dienst tot 1954. In dat jaar verkocht de maatschappij het toestel aan de Oostenrijkste Centropatransit und Handels AG, die de F.XI ter beschikking stelde van de Alpine reddingsdienst. Omdat de machine voor reddingswerk slechts sporadisch in actie hoefde te komen, zette men de F.XI ook in voor het droppen van sportparachutisten, het omhoogtrekken van zweefvliegtuigen, het slepen van luchtreclame, het uitvoeren van rondvluchten etc. Zo kon deze Universal toch veel van de in de naam besloten veelzijdigheid waarmaken. De F.XI vloog in totaal dertig jaar schadevrij, totdat een onvoorzichtige sportvlieger zijn toestel tegen de F.XI parkeerde. De daardoor ontstane schade was niet goed te repareren. Reserve-onderdelen waren niet meer te krijgen, aangezien ook de afdeling Product Support van Fokker zijn grenzen stelde. Daarom werd het vliegtuig gedemonteerd. De romp kwam tijdelijk in een speeltuin terecht en de overige onderdelen werden onder een afdak gedeponeerd. Alles wees op een triest einde voor de trouwe F.XI, totdat de mensen van Ansett in Oostenrijk verschenen. Toen Ansett de ware identiteit van het vliegtuig ontdekte, besloot men desondanks de aankoop en restauratie door te zetten. Het toestel was hoe dan ook een "Fokker" en een "Universal", zo redeneerde men. Op 28 november 1974 vond na 146 dagen en 4000 manuren de roll-out plaats van de geheel gerestaureerde Ansett Fokker Universal, keurig met de registratie VH-UTO. Het bevindt zich in het Astrodome Centre op de luchthaven Tullamarine bij Melbourne. Het is ??n van de nog geen tien vooroorlogse Fokkerverkeersvliegtuigen, die bewaard zijn gebleven.