De F.XII is ontworpen naar aanleiding van de vraag van de KLM naar een driemotorig verkeersvliegtuig met een capaciteit tussen die van de F.VIIb-3m en de F.IX. Het moest daarnaast dezelfde goede prestaties en vliegeigenschappen bezitten. Fokker verwerkte in de F.XII de ervaringen, die met de F.VII, F.VIII en F.IX waren opgedaan. Bij de F.XII handhaafde men de basis-constructiemethode van met linnen overspannen staalbuisromp en houten vleugel. De F.XII kreeg een vleugel met hetzelfde dragende oppervlak als de F.VIII. De machine werd verder voorzien van drie luchtgekoelde motoren van het type Pratt 8r Whitney Wasp van 425 pk. De motoropstelling was vergelijkbaar met die van de eerdere driemotorige Fokkers: ??n motor in de neus en de beide andere motoren onder de vleugel. Verder gebruikte men metalen schroeven. Aanvankelijk waren de motoren niet afgeschermd. Later werden Townend-kappen aangebracht. De F.XII had een gesloten cockpit voor twee bemanningsleden en de cabine bood plaats aan zestien passagiers. De toestellen die op de Europese routes werden ingezet, hadden meestal veertien stoelen. Om de wielen waren beschermkappen aangebracht, maar dit beviel in de praktijk slecht, omdat ze op ruw terrein kwetsbaar bleken en omdat er zich kilo's modder in ophoopten.
Indi?-Route
De KLM bestelde acht F.XII's voor haar Indi?-route Amsterdam - Batavia (thans Jakarta). Op deze route werd meestal gevlogen met vier tot zes comfortabele slaapstoelen. Het prototype van de F.XII PH-AFL "Leeuwerik" vloog voor het eerst op 5 december 1930 en maakte de openingsvlucht voor de KLM op 5 maart 1931. De offici?le dienstregeling begon op 1 oktober van datzelfde jaar met de PH-AFV "Valk", die in ongeveer 81 uur vliegen, verdeeld over tien dagen, Batavia bereikte. Na aflevering van alle acht machines, vloog de KLM op de Indi?-route nog uitsluitend met F.XII's. De laatste F.VIIb-3m's werden toen van de lijn gehaald en voor andere taken ingezet. Vanaf augustus 1932 vulde de F.XVIII de F.XII aan en later nam dit type de route helemaal over, waardoor de F.XII's beschikbaar kwamen voor de Europese lijnen. Op 6 april 1935 verongelukte de PH-AFL in een hevige sneeuwstorm bij Brilon tussen Leipzig en Essen op de route Praag - Rotterdam. De F.XII vloog 's middags in een sneeuwstorm met onweer en ongewone duisternis tegen een berghelling. Volgens een Duits onderzoeksrapport bedroeg het zicht minder dan 80 meter. De machine brandde geheel uit. Twee passagiers en vijf bemanningsleden kwamen om, onder wie gezagvoerder Piet Soer, bekend van de Kerstvlucht van de Pelikaan in 1933. De KLM heeft de F.XII ook gebruikt voor chartervluchten. Zo werd de PH-AID "Duif" verhuurd aan de Ierse Iona National Airways, die er een post- en passagierslijn tussen Dublin en Berlijn mee wilde vliegen. KLM gezagvoerder Scholte vertrok op 24 oktober 1932 om half acht 's morgens met 13 passagiers en een flinke partij post van Baldonnel bij Dublin naar Croydon en via Waalhaven bereikte de Duif om half vijf 's middags Berlijn. Het bleef bij deze ene vlucht, want de Ierse regering had geen interesse in een luchtverbinding tussen Dublin en de Europese hoofdsteden. In december 1933 gingen vier Franse wetenschappers op de Parijse luchthaven Le Bourget aan boord van de door hen gecharterde PH-AIH "Havik" voor een studiereis naar Nederlands-Indi?. Ook ditmaal was Scholte gezagvoerder. In april 1934 was de Havik terug op Schiphol na een reis van meer dan 30.000 kilometer. De Havik was ook de laatste F.XII op de Indi?-dienst van de KLM. De landing op Schiphol op 13 juni 1935 maakte een einde aan het F.XII-tijdperk op deze dienst.
Crilly Airways
Toen vanaf 1935 de DC-2 bij de KLM in bedrijf kwam, verkocht de maatschappij vier F.XII toestellen aan Crilly Airways in Engeland, die hiermee een lijn wilde openen van Londen naar Lissabon, met een mogelijke verlenging naar Gibraltar en West-Afrika. Na het verkrijgen van toestemming van de regeringen in beide steden maakte een van de F.XII's op 1 februari 1936 een openingsvlucht. Spanje weigerde echter toestemming om over haar grondgebied te vliegen, waarmee de plannen van Crilly Airways in rook opgingen. Vervolgens nam British Airways de machines over en stichtte een zustermaatschappij: British Airways Iberia Ltd. met Leo Crilly als directeur. Deze maatschappij kon het echter niet bolwerken en ging al snel failliet. Voor de vier Fokkers betekende dat overname door een nieuwe, op het eerste gezicht onbekende koper. Insiders was echter duidelijk dat deze toestellen bestemd waren voor de Spaanse Nationalisten, een van de strijdende partijen in de burgeroorlog die toen in Spanje woedde. Engelse vliegers zouden de toestellen via Bordeaux naar Burgos in Spanje vliegen. Op Bordeaux werden ze echter op 28 juli 1936 in beslag genomen door het Franse luchtvaartministerie in verband met een non-interventieverdrag betreffende de Spaanse Burgeroorlog. Na tussenkomst van de Engelse regering keerden de machines terug naar Londen Gatwick. Vervolgens kocht de internationaal bekende Poolse wapenhandelaar Stephan Czarniecki de F.XII's, zogenaamd om er in Polen een luchtlijn mee te beginnen. E?n van de vier Poolse vliegers, die de machines op kwamen halen, bekende na een borrelavondje dat ze geen verkeersvliegers, maar jachtvliegers waren. Na het vertrek vanaf Gatwick vlogen de machines dan ook niet richting Polen, maar via Frankrijk richting Spanje. Als gevolg van het slechte weer boven de Pyreneen lukte het slechts ??n machine om op Spaanse bodem te landen. Twee toestellen verongelukten bij mislukte noodlandingen en ??n vloog terug naar Bordeaux, waar het opnieuw in beslag werd genomen. Tot ieders verbazing gaven de autoriteiten het toestel spoedig weer vrij om naar Spanje te vertrekken. Zo hebben uiteindelijk twee F.XII's dienst gedaan aan Nationalistische zijde in de Spaanse burgeroorlog. De Nationalisten bouwden de toestellen om tot bommenwerper. E?n werd op 16 december 1936 neergeschoten en de ander overleefde de oorlog, maar werd kort na afloop daarvan gesloopt. Ook de tegenstanders in de burgeroorlog, de Republikeinen, kregen de beschikking over een F.XII. De KLM verkocht namelijk ??n machine aan de Franse firma Air Tropique, die eigenlijk alleen op papier bestond. Deze "maatschappij" sluisde de Fokker door naar Spanje, waar de Republikeinen ook deze machine ombouwden tot bommenwerper. Hoe het met dit toestel is afgelopen, is onbekend. Van de resterende KLM F.XII's gingen er in oktober 1936 twee naar British Airways, die ze inzette op nachtpostvluchten naar Keulen en Hannover. E?n machine vloog op 19 november 1936 tegen een berg. BOAC kocht in 1938 de andere, die uiteindelijk in 1940 is gesloopt.
KNILM
Na de KLM bestelde ook de KNILM, de Indische zuster van de KLM, twee F.XII's, die uitstekend voldeden en dienst deden tot de Japanse inval. Op 19 februari 1942 werd een van deze toestellen tijdens een Japanse aanval op het vliegveld Semplak op Java geraakt door stukken van een exploderende bommenwerper. De andere machine viel bij de capitulatie op het vliegveld Andir bij Bandoeng in Japanse handen. De KNILM heeft plannen gehad om met in totaal vier F.XII's te gaan vliegen. want er waren registraties gereserveerd voor nog twee F.XII's. Het is niet duidelijk waarom deze plannen niet zijn gerealiseerd. De elfde en laatste door Fokker gebouwde F.XII ging in februari 1932 naar de Zweedse Altic Bolaget Aerotransport (ABA), die dankzij de gunstige resultaten bij de KLM in dit type ge?nteresseerd was geraakt. De KLM onderhield samen met ABA de "Scandinavia Air Express" (Londen Parijs - Amsterdam - Kopenhagen met aansluiting naar Stockholm, Talliun (Estland) en Leningrad. ABA zette de machine in op de lijn Malm? Amsterdam - Berlijn -Kopenhagen G?teborg. De machine was voorzien van Townend-ringen op de motoren en stroomlijnkappen om de wielen. De cabine was verder zeer gerieflijk ingericht met door ABA zelf ontworpen fauteuils. Op het plafond was een kaart aangebracht met de landen waarheen ABA met de machine vloog. Passagiers waren vol lof over deze machine. Zij prezen het comfort, het ontbreken van tocht en de geluiddemping in de cabine, die je in andere vliegtuigen in die tijd nauwelijks aantrof. ABA was verder zeer tevreden over de grote technische betrouwbaarheid van de machine. Pas in 1946 verkocht ABA de F.XII aan Svensk FLygtj?nsk, die er rondvluchten mee ging maken vanaf het vliegveld Bromma bij Stockholm. Daar ging de F.XII op 9 april 1947 verloren bij een hangarbrand.
DDL
De laatste klant voor de F.XII was de Deense Det Danske Luftfartselskab (DDL), die eveneens een toestel bestelde naar aanleiding van de goede ervaringen bij de KLM. Deze machine werd in licentie gebouwd bij de Konglige Danske Orlogsvaerftet in Kopenhagen, die de machine reeds drie maanden (!) na de bestelling voltooid had. De aflevering vond plaats op 11 mei 1933. De machine was toen voorzien van drie Bristol Jupiters van 465 pk en kreeg de naam "Merkur". DDL gebruikte de F.XII in een configuratie voor zestien passagiers op de lijn Kopenhagen - Berlijn. De goede resultaten-waren voor de DDL-directie aanleiding tot het bestellen van een tweede toestel, dat op 13 mei 1935 werd afgeleverd. Vanwege een aantal wijzigingen kreeg deze de aanduiding F.XIIM. Deze versie was 20 km/uur sneller dan de standaard F.XII DDL vloog met beide machines ook tijdens de bezetting vanaf Kopenhagen en Malm? naar Hamburg, Berlijn, M?nchen en Wenen. Beide toestellen overleefden de oorlog en de laatste van deze twee toestellen werd pas in 1947 na een hangarbrand gesloopt.