In de jaren twintig waren veel bedrijven gevestigd aan het water. De boot was namelijk destijds het meest geschikte vervoermiddel voor de aan- en afvoer van grondstoffen en producten.Zakenmensen waren voor het bezoeken van deze fabrieken voornamelijk aangewezen op landverkeer. Ten behoeve van deze zakenmensen kon het water in principe ook gebruikt worden om er watervliegtuigen te laten landen en opstijgen. Met het oog hierop bouwden vliegtuigfabrieken tussen 1920 en 1930 enige tientallen typen vliegboten en drijvervliegtuigen. Het gat in de markt bleek echter niet groot. Het merendeel van deze toestellen had weinig succes. Anthony Fokker geloofde niet erg in watervliegtuigen. Hij werd in zijn mening gesterkt door de op niets uitgelopen pogingen om van bestaande landvliegtuigen als de F.VIII en de F.IX een variant op drijvers aan te bieden. Maar omdat Fokker ook Nederlands-Indi? met zijn zeer vele eilanden en grote afstanden als een potentieel afzetgebied zag, kwam er toch een ontwerp van een verkeersvliegtuig voor dit specifieke doel, de F.XIII. Het oudste bewaard gebleven document van de F.XIII is een tekening, gedateerd 21 mei 1928. Deze tekening toont een hoogdekker op drijvers, die is voorzien van twee Bristol Jupiter motoren. Fokkers keuze voor een drijvervliegtuig in plaats van een vliegboot lag voor de hand. Bij een vliegboot ligt de romp in het water en dat zou met de bij Fokker gebruikelijke rompconstructie met staalbuizen en linnen onoverkomelijke problemen geven. En Fokker voelde er niet voor om speciaal voor deze beperkte markt nieuwe productiemethoden te introduceren. De vleugel van de F.XIII zou volgens de Fokker-traditie geheel van hout geworden zijn en met triplex worden bekleed. Om de staart vrij te houden van opspattend water zou het rompgedeelte achter de vleugel "naar boven worden getrokken", zoals dat heette in een door de fabriek gepubliceerde beschrijving. De ervaringen met van drijvers voorziene versies van de in Amerika gebouwde Universal en Super-Universal leidden tot een concept voor een geheel gesloten tweemanscockpit.
Motorgondels
Merkwaardig zijn bij dit ontwerp de korte gedrongen motorgondels, die zelfs voor die tijd een ouderwetse indruk maken. De vorm vertoont overeenkomst met de gondels, die in 1925 werden overwogen voor de driemotorige uitvoering van de F.VIIa. Toen durfde Platz vanwege onbekendheid met de a?rodynamische consequenties deze vormgeving niet aan, en het is zeer de vraag of hij die bij het realiseren van de F.XIII ook daadwerkelijk zou hebben gehandhaafd. De F.XIII kwam echter niet verder dan het ontwerpstadium. Waarschijnlijk is er zelfs nooit serieus met mogelijke afnemers onderhandeld over bestellingen. De F.XIII was qua prestaties duidelijk de mindere van de F.VIIb-3m. Het toestel was mede als gevolg van de drijvers en de aangepaste romp langzamer en zwaarder. Verder maakte een hoger brandstofverbruik het vliegtuig economisch onaantrekkelijk. En bovendien had de Fokker-fabriek in de tijd dat de F.XIII werd ontworpen genoeg werk. Vermoedelijk is de F.XIII niet veel meer geweest dan wat tegenwoordig in vaktermen heet een "design study" van de Wetenschappelijke Afdeling van Fokker.