Van het niet-gebouwde ontwerp F.XV zijn slechts twee tekeningen bewaard gebleven en een technische beschrijving van twee pagina's. De tekeningen, gedateerd 29 april en 6 mei 1931, tonen beide een grote driemotorige machine, voorzien van Armstrong Siddeley Leopard motoren. Volgens de fabrikant zouden de motoren elk 800 pk leveren, wat wel heel veel was voor die tijd. Dat men hieraan ook bij Fokker twijfelde, blijkt uit een opmerking in de technische beschrijving, die aangeeft dat er bij de genoemde prestaties wel van uit werd gegaan dat de motoren inderdaad het opgegeven vermogen zouden halen. Ondanks het indrukwekkende vermogen bood het vliegtuig ruimte aan slechts twaalf passagiers. De vroegste tekening, die bewaard is gebleven, waarop het ontwerp staat aangeduid als F.XVa (ongetwijfeld is er ook een F.XV geweest), toont een ver vooruitstekende cockpit. De andere tekening is de cockpit minder ver naar voren geplaatst om meer vrachtruimte in de rompneus te cre?ren, zoals dat ook bij de F.IX was gebeurd. Deze uitvoering kreeg op de tekening de aanduiding F.XVb. Als gevolg van de achterwaartse verplaatsing van de cockpit dreigden de vliegers bij de F.XVb precies tussen de schroeven van de buitenmotoren terecht te komen. Dat was niet ongevaarlijk, omdat de kans bestond dat van de propellers afvliegend ijs door de rompwand heendrong en de vliegers zou verwonden. Een ander nadeel hiervan was meer lawaai in de cockpit, omdat het rotatievlak van de schroeven altijd het lawaaiigste gedeelte van een (propeller)vliegtuig is. Daarom werd bij de F.XVb de ophanging van de motorgondels enigszins gewijzigd, zodat het schroefvlak voor de cockpit kwam te liggen.