In 1932 besprak Fokker met zijn Wetenschappelijke Afdeling idee?n voor een vliegtuig met een ovale rompdoorsnede in plaats van de tot dusver toegepaste rechthoekige. Het beschikbaar komen van steeds krachtiger motoren betekende dat vliegtuigen hogere snelheden konden bereiken. Daarbij deed zich steeds sterker de behoefte voelen aan een goede stroomlijnvorm. Onderzoek leidde tot het als F.XXI aangeduide ontwerp, dat dezelfde capaciteit had en vergelijkbare afmetingen als de F.VIIb-3m. Het was duidelijk bedoeld als opvolger van dit veelgebouwde type. De ellipsvormige romp zou op het breedste punt dezelfde breedte hebben als de F.VIIb-3m en ook dachten de ontwerpers een behoorlijke stahoogte te kunnen realiseren. Er werden bagageruimen in de vleugel ingetekend. Aanvankelijk dacht men de F.XXI te voorzien van twee motoren, geplaatst voor de vleugel. Later werkte men een driemotorige variant uit. Fokker-brochures somden pagina's lang voordelen op van de F.XXI boven de F.VIIb-3m, maar de luchtvaartmaatschappijen bleken niet onder de indruk. De F.XXI was technisch een interessante stap vooruit, maar mede als gevolg van de crisistijd kwam liet niet tot productie.