De F.XXII is het laatste type verkeersvliegtuig dat Fokker in de periode v??r de Tweede Wereldoorlog bouwde. Het toestel verscheen ondanks het lagere typenummer later dan de F.XXXVI. De F.XXII was in wezen een verkleinde versie van de F.XXXVI. Tijdens de bouw van deze toenmalige luchtreus had Fokker contact met de Zweedse luchtvaartmaatschappij ABA, die zeer ge?nteresseerd was in het concept van de F.XXXVI. De Zweden vonden het vliegtuig alleen veel te groot. Er viel echter wel te praten over een kleinere viermotorige machine, die ABA op haar Europese net wilde inzetten. De Fokker-constructeurs ontwierpen vervolgens de F.XXII, waarmee 22 passagiers konden worden vervoerd. Het typenummer correspondeerde in dit geval met het aantal passagiers (exclusief bemanning; bij de F.XXXVI was het inclusief bemanning). Bij Fokker vond men een enkele afnemer voor het nieuwe type niet genoeg en daarom trachtte men Plesman voor het ontwerp te interesseren. De KLM en Fokker waren toen al in onderhandeling over een mogelijke viermotorige uitvoering van de F.XVIII, waarbij de motoren in de vleugelvoorrand zouden worden geplaatst. Het ombouwen van F.XVIII's was echter nogal kostbaar. Plesman bleek mede daardoor gemakkelijk voor de F.XXII te interesseren. Een extra argument voor Plesman was de belangstelling van ABA, waarmee zijn maatschappij op enkele Europese lijnen intensief samenwerkte. Plesman bestelde meteen twee stuks en later een derde machine. Overigens ontwikkelde Fokker liever eerst de F.XXII om ervaringen op te doen met het concept voor vier motoren en pas daarna de F.XXXVI. De F.XXXVI was hem echter door de KLM min of meer opgedrongen en hij kon er niet omheen deze eerst te voltooien. Hij kon en wilde bovendien niet met de F.XXII aan de slag voordat beide afnemers hun bestellingen contractueel hadden vastgelegd. Fokker wilde eerst zekerheid over de bestellingen. Dat leidde (weer eens) tot geharrewar tussen de beide Nederlandse luchtvaartgrootheden. Plesman werd boos over de traagheid van Fokker en dreigde de F.XX niet af te nemen. In die tijd was er namelijk sprake van verkoop aan de KLM van drie nieuwe vliegtuigtypen: de F.XX, de F.XXII en de F.XXXVI. ABA bevestigde als eerste de order voor een F.XXII, waarna de bouw kon beginnen.
[h3]Gezagvoerder/h3]In de F.XXII bevond de stoel van de gezagvoerder zich geheel voorin in de rompneus, net als bij de F.XXXVI. De tweede vlieger zat schuin rechts achter hem. De radiotelegrafist zat iets lager. Het vierde bemanningslid, de steward, beschikte over een boordkeuken, die zich achter de cockpit bevond. ,De cabine was opgedeeld in vier compartimenten, waarvan drie met zes zitplaatsen en ??n met vier. Het interieur was zeer luxueus uitgevoerd. De banken waren met leer bekleed. Tijdens de lunch werden tafels tussen de banken geplaatst. De mogelijkheid bestond het vierde compartiment geschikt te maken voor ziekenvervoer. Hiertoe werd een eveneens met leer bekleed opvulstuk tussen de banken geplaatst, zodat een bed ontstond. Er zijn vier F.XXII's gebouwd: drie voor de KLM en ??n voor ABA. Ze zijn door deze maatschappijen uitsluitend ingezet op hun Europese routes. E?n van de KLM-machines, de "Kwikstaart", verongelukte reeds drie maanden na aflevering op Schiphol, op 14 juli 1935. Dit ongeval vond plaats in de beruchte rampweek waarin drie KLM-vliegtuigen verloren gingen. Vier bemanningsleden en twee passagiers kwamen om het leven in het brandende vliegtuig. De overige passagiers werden gered. De oorzaak was een fout in de werking van het benzine toevoersysteem.
Vergissing
De aan ABA geleverde machine maakte in juni 1936 een mislukte landing op het vliegveld van Malm?. Hier was de oorzaak een tragische vergissing van de vlieger. In plaats van de spoedverstelling van de schroeven in werking te stellen, gaf de vlieger te veel gas, waardoor de motoren te veel lucht kregen en alle vier afsloegen. Er vielen geen dodelijke slachtoffers, maar het vliegtuig raakte onherstelbaar beschadigd. De beide overgebleven F.XXII's van de KLM, de "Papegaai" en de "Roerdomp", zijn in 1939 samen met de F.XXXVI naar Groot-Brittanni? verkocht. De Roerdomp kwam in dienst bij British American Air Service en de Papegaai belandde bij Scottish Aviation Ltd. Beide machines werden in oktober 1941 ingelijfd bij de Royal Air Force en ingedeeld bij de Air Observers Navigation School. De voormalige Roerdomp werd later overgeplaatst naar No. 1680 Flight op Abbotsinch nabij Glasgow en kreeg de naam "Sylvia Scarlet". Op 3 juli 1943 verongelukte de machine toen er in de vlucht brand uitbrak. Het toestel kwam brandend neer in het Loch Tarbert bij Kintyre. Op dat moment had de andere F.XXII ook reeds met brand te kampen gehad. Op 3 april 1943 vloog bij de start vanaf Prestwick een motor in brand. De machine is tot het eind van de oorlog ongebruikt op Prestwick blijven staan en daarna weer overgedragen aan Scottish Aviation. Deze maatschappij nam de F.XXII na een grondige opknapbeurt op 18 oktober 1946 weer in dienst als verkeersvliegtuig. De machine vloog in de beschildering van Scottish Airlines, maar was in feite gehuurd door British European Airways (BEA), die er tot augustus 1947 mee pendelde op de route Prestwick-Belfast. Het lot van de F.XXII was sloop en verbranding in 1953. Het toestel was nog aangeboden aan Nederland, maar er was geld noch opslagruimte voor beschikbaar...