Ook al had de KLM inmiddels de keuze gemaakt voor de geheel metalen Douglas DC-2, toch wenste Anthony Fokker zich niet zonder meer bij het wegvagen van zijn eigen constructiemethoden neer te leggen. Op 12 februari 1936 schreef Fokker een vertrouwelijke brief aan de KLM met een offerte voor twee ontwerpen: de [wiki]Fokker F56|F56[wiki] en de F.XXXVII. De F.XXXVII was een verbeterde F.XXXVI die nog steeds geheel was ontworpen langs de bekende lijnen van de houten vleugel, de staalbuizen en het linnen. Het voornaamste verschilpunt was de keuze voor een intrekbaar onderstel. De hoofdwielen zouden in gondels achter de binnenste motoren worden ingetrokken. Fokker wilde een hydraulisch onderstel van de fabrikant Messier toepassen. De keuze voor een hydraulisch systeem was ingegeven door de minder positieve ervaringen met het mechanische onderstel van de [wiki]Fokker F.XX|F.XX[wiki], waarvan de bediening nogal nogal moeizaam verliep. Fokker dacht het vliegtuig verder te voorzien van vier Wright Cyclone GR1820-G motoren van 850 pk en bet een maximum startgewicht te geven van 18.000 kg. Bij de constructie van de F.XXXVII kon gewicht worden bespaard dankzij de toepassing van onder meer buizen van chroommolybdeen staal. Omdat het toestel een hoger startgewicht had moeten krijgen dan de F.XXXVI, werden de vleugelliggers en ribben versterkt. Verder voorzag men in een breder rompvoorstuk en in hydraulisch aangedreven remkleppen, die werkten in samenhang met het onderstel. De bagageruimen in de vleugel vervielen. Fokker trok zich Plesmans kritiek op de F.XXXVI over de beperkte brandstofcapaciteit aan en vergrootte deze. Het vliegbereik werd daardoor overigens slechts 100 km groter. De cockpitinrichting en het windscherm moesten worden aangepast naar het voorbeeld van de Douglas DC-2. Dat hield in dat de zitplaatsen van de vliegers naast elkaar zouden komen in plaats van schuin achter elkaar. In de offerte bood Fokker aan acht machines te bouwen en deze af te leveren in de periode tussen 1 maart en 1 juli 1937 tegen een prijs van 258.000 gulden per stuk. Bij de F.XXXVII correspondeerde het nummer in de typeaanduiding evenals bij de F.XXXVI met het maxi- male aantal inzittenden. Het vliegtuig bood naast 32 passagiers plaats aan vijf bemanningsleden: twee vliegers, een boordwerktuigkundige, een radiotelegrafist en een steward. Laatstgenoemde kreeg de beschikking over een elektrische kookplaat! Ook deze poging van Fokker om de draad van zijn succesvolle reeks verkeersvliegtuigen weer op te pakken liep op niets uit. De keuze van de KLM was definitief gevallen op het metalen verkeersvliegtuig. Want ook Douglas zat na het succes van de DC-2 niet stil en ontwikkelde de sterk verbeterde DC-3. En het was niet de FXXXVII, die in de loop van 1937 bij de KLM in dienst kwam, maar deze DC-3.