Op 5 mei 1929 maakte het eerste (en enige) exemplaar van het Amerikaanse Fokker Model 11 de eerste vlucht. Het was een driepersoons reisvliegtuigje met een geheel metalen romp, dat volgens de inschrijving bij de Amerikaanse luchtvaartdienst FAA (Federal Aviation Administration) de aanduiding Fokker Hall H.51 kreeg. Uit deze aanduiding blijkt dat Fokker het vliegtuig samen bouwde met de Hall Aluminium Aircraft Corporation. Dit bedrijf hield zich in de jaren twintig en dertig vooral bezig met de bouw van metalen vliegboten voor de Amerikaanse marine. Hoe bij de ontwikkeling van de H.51 de rolverdeling was tussen de Fokker Aircraft Corporation en Hall, is nogal raadselachtig. Een hypothese luidt dat Fokker het toestel heeft ontworpen (vandaar de Fokkeraanduiding Model 11) en mogelijk ook een aantal onderdelen heeft gefabriceerd, zoals de staartvlakken en de vleugels, en dat Hall als specialist op het gebied van metaalbouw in opdracht van Fokker de geheel metalen romp heeft gebouwd. De reden van de samenwerking was waarschijnlijk dat Fokker zich wilde ori?nteren op het gebied van de bouw van metalen vliegtuigen. Met de H.51 kon Fokker ervaring opdoen voor de aanstaande bouw van de metalen Flying Life Boat (FLB) en van twee nieuwe typen geheelmetalen jachtvliegtuigen, die in de jaren 1929/1930 op Fokkers Amerikaanse tekentafels verschenen: de XA-7 en de XFA-1. Hoewel de H.51 werd ontworpen als een passagiersvliegtuigje, is het twijfelachtig of het ook werkelijk als zodanig is bedoeld. Mogelijk was het uitsluitend een experimenteel vliegtuig. Voor zover aan de hand van advertenties en fabriekspublicaties valt na te gaan, heeft Fokker nooit gepoogd de H.51 te verkopen. Dat versterkt het vermoeden dat het ging om een experiment. Er is ook voortdurend aan het vliegtuig gesleuteld. in de periode van een jaar waarin het heeft gevlogen is het toestel vijf maal voorzien van een ander motortype. Achtereenvolgens waren dat: een 100 pk Siemens en Halske SH-11, een 90 pk Kinner K-5, een 120 pk Walter NZ, een 90 pk Cirrus Mk.III en een 165 pk Wright J6. Indien het motortype dat noodzakelijk maakte, werden ook de cockpitruiten, de propeller en de staart aangepast. De vleugels konden naar achteren worden gevouwen om het transport te vereenvoudigen. De enige H.51 is in 1933 gesloopt. De afmetingen en vliegprestaties van de H.51 zijn niet bekend.