Het
stabilo (Engels: Tailplane) is het horizontale draagvlak van een vliegtuig. Het bevindt zich meestal aan de achterzijde en ziet eruit als kleine vleugels.
Om te kunnen vliegen moet een vliegtuig helemaal in balans zijn. Zonder stabilo zou dat slechts bij een bepaalde combinatie van snelheid en middelpunt van krachten het geval zijn. Omdat het stabilo zich op enige afstand van het zwaartepunt bevind, heeft een relatief kleine wijziging in de draagkracht al een grote uitwerking op de invalshoek.
Het stabilo zorgt ervoor dat het
vliegtuig om de dwarsas stabiel is. Aan de achterzijde van het stabilo is het
hoogteroer bevestigd. Hiermee kan de neus naar boven of naar beneden worden gericht (
stampen), waardoor de invalshoek van het vliegtuig verandert.
Als een vliegtuig op
transsonische snelheid vliegt, veroorzaakt het stabilo schokgolven die het hoogteroer onbruikbaar maken. Dit fenomeen werd voor het eerst waargenomen met de Bell X-1. Daarom hebben vliegtuigen die transsonisch en
supersonisch kunnen vliegen een stabilo dat in zijn geheel beweegbaar is en zo als hoogteroer dient.
Een
eendvliegtuig heeft het stabilo aan de voorzijde. Het bekendste voorbeeld hiervan is het vliegtuig van de Gebroeders Wright.