
Afgelopen zaterdag heeft de gerestaureerde Fairchild PT-26 met het registratienummer 12-65639 een succesvolle vlucht gemaakt.
Het toestel is geschilderd in kleuren van de Australische luchtmacht, en vliegt onder een Amerikaans registratienummer.
Foto: Avianet
Het vliegtuig is al in 2005 naar Nederland gehaald, en sindsdien onderleiding van Jack van Egmond volledig gerestaureerd. Hierbij hebben vrijwilligers van Dutch Classic Aviators geholpen. ‘In 2000 werd de Fairchild door een kennis van mij ontdekt in de hoek van een oude hangar op het vliegveld Jackson in de VS. De staat waarin het toestel verkeerde was erbarmelijk. Wij hebben ons over het wrak ontfermt en het in de afgelopen jaren in onze werkplaats op het vliegveld van Hoogeveen weten om te toveren in een echt juweeltje.’, aldus een trotse Jack van Egmond.
Tussen 1940 en 1944 zijn de PT-19, PT-23 en PT-26 onder de naam Cornell gebouwd. De PT-19 had een vermogen van 175 pk en de PT-23 220 pk. De PT-26 was een versie voor de Canadese luchtmacht met schuifkap. Door de jaren heen zijn zo'n 8000 exemplaren gebouwd.
De FV154 had in Canada registratienukker 15055 en is op 13 mei 1943 geaccepteerd. Het toestel is onder het Lend-lease Act gebouwd door Fleet in Fort Erie.
Het toestel is vervolgens ingeschreven bij No. 4 Training Command. Op 18 mei is het overgevlogen naar Calgary Alberta met Transfer Order 872. Daar heeft het tot 9 september 1944 1168,30 uur gevlogen. Hierna werd het toestel in reserve geplaatst onder Transfer Order 16226. Op 21 oktober is het voor reparatie naar repair depot 10 gestuurd.
Op 1 december werd het opgeslagen bij No. 2 Air Command, om vervolgens op 17 december naar het Aircraft Pending Disposal Action in Location Material Command gestuurd te worden. Daar is het tot 20 oktober 1946 opgeslagen geweest. Op deze dag is het toestel overgevlogen naar Washington en op de 21e overhandigd aan dhr. Vernon Williams van het Office War Assest Administration Foreign Liquidation Commision.
Ondertussen was de FV154 al op 11 september verkocht aan Alex J. Somppi, die een vliegschool had in Tukwilla Washington. Nadat het toestel enkele malen van eigenaar is verwisseld is het uiteindelijk in 1957 opgeslagen. De laatste vlucht was op 11 mei van Auburn naar Renton, waarmee de teller op 1727,40 uren kwam te staan. In 2000 werd het de FV154 ontdekt op Jackson airfield in Michican door Joe Denest, en verkocht aan Egmond Aircraft LLC, NY.
Tijdens de restauratie werd op de canopy fairings een notitie ontdekt: "This ferring was made by Mrs. Laurie Belaskie of Kullaloe Ont. at Fort Erie Ont."
De Fairchild PT-19 versie is in 1942 gebruikt door de KNIL-ML. Al voor de overgave aan de Japanners wisten vijfhonderd leerlingvliegers en instructeurs naar australië te ontkomen. Maar omdat de situatie in Australië er ongunstig uitzag, werd een vliegschool onder de naam Royal Netherlands Military Flying School opgericht in Jackson, USA. Voor deze school werden 55 nieuwe PT-19's beschikbaar gesteld, die in mei 1942 arriveerden. Omdat veel leerlingen al een deel van de opleiding gevolgd hadden werd na een halfjaar de beginopleiding alweer afgesloten. Voor de vervolg opleiding werden Vultee BT-13 Valiants gebruikt, die in november de PT-19's vervingen. Ondertussen waren zeven Cornell's verloren gegaan bij ongelukken, vier exemplaren bleven bij de school voor nagekomen leerlingen. In 1944 werd de RNMFS gesloten; er werden 205 vliegers, 56 waarnemers, 71 telegrafisten en 269 schutters opgeleid. Het grootste deel van deze manschappen werd ingezet in de strijd tegen Japan, 34 jachtvliegers vertrokken naar Engeland.
Bron: Avianet/Milspotters