
Oorspronkelijk geplaatst door
ruudvanom
Hallo Hans.
Vanaf eind 1939 gebruikte de Duitse Luftwaffe een gestandaardiseerd, viercijferig militair registratienummer (Stammkennzeichen), bestaande uit letters en een koppelteken (bijv. CD+IB), om vliegtuigen die werden getest, getraind of overgevlogen uit de fabrieken naar hun onderdeel uniek te identificeren.
Om verwarring met oudere kentekenplaten voor burgers te vermijden, mocht de eerste letter nooit een klinker zijn.
In tegenstelling tot de tactische eenheidsmarkeringen aan het front, waren de registratiemarkeringen permanent gekoppeld aan de romp en de dienstgeschiedenis van het vliegtuig. Ze veranderden niet, zelfs niet als het vliegtuig naar een andere eenheid werd overgeplaatst.
In de praktijk werd er vaak al operationeel gevlogen met nog de Stammkenzeichen op de romp terwijl de machines door wat voor oorzaak dan ook nog geen Verbandskennzeichen hadden.