Ik weet niet of ik hier gescande tekst en afbeelding(en) uit een vrij recent boek mag plaatsen dus dat doe ik maar niet en ga over op het mij vertrouwde tienvingersblindtypen.Tracker.
Vanaf wanneer werden er spinners gebruikt op de DC 2 Cyclones?
In het boek "Douglas DC-2 - De eerste blikken vogel van de KLM en de KNILM" van N. Geldhof en P.C. Kok wordt op de blz. 258-259 geschreven over ontijzing.
Een boek dat ik trouwens van harte kan aanbevelen. Uitgever: Bonneville, 1997. ISBN 90-73304-19-9.
Blz. 258 (onderaan met maatschets voor een propellerblad):
Eind 1935 werden alle propellers op de DC-2 vliegtuigen voorzien van een ontijsinstallatie.
Op blz. 259 staat een schema van de propeller ontijsinstallatie en een halve pagina over de werking:
Propeller-ontijzing
IJsafzetting op propellerbladen, met als kwalijk gevolg trillingen en vermogensverlies door respectievelijk onbalans en vervorming van het schroefbladprofiel, was bij de KLM ten tijde van de introductie van de DC-2 geen onbekend verschijnsel. In het begin van de jaren dertig waren de driemotorige Fokkers reeds van verstelbare schroeven voorzien. Men had zodoende ondervinding opgedaan, dat bij ijsafzetting het bladhoekverstelmechanisme geblokkeerd kon raken, waardoor de spoedhoek niet meer kon worden versteld. Aangezien hierdoor tijdens de vlucht gevaarlijke situaties konden ontstaan, werd - mede op grond van enkele opgedane nare ervaringen - besloten alle DC-2's te voorzien van een ijsbestrijdings- of ontijs-installatie op de propellers. De werking hiervan was als volgt:
Voor op de propellernaaf werd een z.g. spinner*) (bold gemaakt door de plaatser) aangebracht, die het gehele verstelmechanisme afschermde en tevens de luchtweerstand sterk reduceerde. Verder werd aan de achterkant tegen de propellernaaf een holle ring gemonteerd, de z.g. slingerring. Deze ring was aan de achterzijde open en draaide met de propeller mee. Aan de slingerring waren pijpjes bevestigd, die uitmondden aan de voorzijde van elke bladvoet.
Vanuit een tank in het voorste bagageruim stroomde de ontijsvloeistof, een mengsel van 85% alcohol en 15% glycerine, naar de slingerring onder een druk van 1.5 tot 5.0 pond, die boven de vloeistof stond en werd geleverd door perslucht afkomstig van de vacuümpompen. Door de centrifugaalkracht werd de vloeistof via de distributiepijpjes op de voorkant van de bladvoet en vandaar langs de voorzijde van het bladprofiel geslingerd, waardoor het ijs van de bladen werd verwijderd. Vanuit de cockpit kon de ontijsinstallatie naar behoefte worden bediend.
* Zie.
Tracker, het functioneren van de spinner zal je ongetwijfeld bekend zijn maar het is meer geplaatst voor de niet piloten onder ons en diegenen die het boek niet bezitten.
Omtrent de vermelding van de fabrikant op de zijkant van de motoren heb ik niets kunnen vinden.
Groet,
Ruud.
P.S. Klein weetje. Wist u dat de DC-2 twee Wiley parachutefakkels (flares dus) kon afwerpen bij nachtlandingen?



Met citaat reageren