Medio 1922 sleepte Fokker een order in de wacht voor drie proefvliegtuigen, jachtvliegtuigen, uitgevoerd als tweedekker. De USAAC had het wel gehad met die eendekkers (niet alleen van Fokker, ook andere eendekkerproducten) die trillingen gaven en daardoor breukgevoelig waren. De eisen waren, naast tweedekker configuratie, dat de vliegtuigen moesten aangedreven worden door de Curtiss Conqueror en voorzien moesten zijn van een splitbaar landingsgestel (twee onafhankelijke veerpoten). Nu heeft Fokker dat in eerste instantie opgelost door een D.X romp te voorzien van twee vleugels, uitvoering 1. Vervolgens kwam er een tweede uitvoering waarbij er werd geëxperimenteerd met houten en linnen bekleding van de vleugel, gevolgd door een derde uitvoering als anderhalfdekker. Kortom, de voordelen van een tweedekker (vleugelbelasting, draagvermogen etc.) en de weerstand van grofweg een eendekker.

Alleen die anderhalfdekker is geleverd aan de USA, met zowel N- als V-stijlen. De N-stijl uitvoering was echter bekleed met linnen en daarom valt die voor deze foto af. Het is en blijft echt een Fokker D.VII, aangepast voor het gebruik als passagierskist. Dus met een piloot en twee passagiers achterin.